‘Ik gun iedereen de voordelen van praktijkonderwijs’

Ze is docent, mentor en vertrouwenspersoon bij Produs Praktijkonderwijs. Dagelijks begeleidt Soraya Peilouw leerlingen die het beste leren in de praktijk en extra ondersteuning nodig hebben. Als geen ander kent ze de waarde van persoonlijk contact. Hoe bereikt ze zelfs de meest gesloten of kwetsbare leerling?

Wat is jouw drijfveer als docent?
“Mijn doel is altijd om iedereen in de klas te bereiken, juist ook die leerlingen die door klasgenoten vaak gezien worden als de ‘stille’ of de ‘lastige’ leerling. Het voelt als een soort persoonlijke missie om die leerlingen te helpen uit hun schulp te kruipen. Niet alleen zodat zij zichzelf kunnen laten zien, maar ook zodat andere leerlingen van hen kunnen leren. Wanneer je daarin slaagt, krijgt iedereen een eigen plek in de groep. Leerlingen kunnen dan zichzelf zijn, zitten lekker in hun vel. En dan lukt leren ook beter.”

Hoe help je jouw leerlingen daarbij?
“Ik let heel goed op hoe leerlingen onderling met elkaar omgaan. Want daarin zeggen ze eigenlijk het meest. Als leerlingen terugkomen van de pauze, of als ze tussendoor met elkaar aan het kletsen zijn, dan hoor je de onderwerpen die hen interesseren en waar ze mee bezig zijn in hun leven. En daar ga ik, altijd op een ander moment, op in. Zo komen we met elkaar in contact.”

En leerlingen die helemaal niets zeggen?
“Die nodig ik uit voor een gesprek en dan benoem ik dat gewoon: ‘Ik zie dat je niks zegt, maar ik weet dat je fantastische dingen hebt waarvan wij kunnen leren. Ik ga je helpen. Daarom stel ik jou elke les één vraag, omdat ik het belangrijk vind dat je je eigen stem hoort in een groep.’ Want als leerlingen gewend raken aan het horen van hun eigen stem, wordt het steeds makkelijker voor ze.”

Op welke andere manieren stimuleer je het laten horen van de eigen stem?
“Ik doe gedurende de les oefeningen om kinderen uit te dagen zichzelf te laten zien en horen. Zo vraag ik leerlingen om stukjes uit hun lesboeken hardop voor te lezen. En een ander vraag ik om dat dan weer samen te vatten. Veel leerlingen in het praktijkonderwijs zijn erg onzeker omdat ze op de basisschool (onbewust) vaak in negatieve zin vergeleken zijn met andere kinderen. In het praktijkonderwijs is elke stap er één en zijn we op elke stap hartstikke trots.”

Staan leerlingen altijd open voor contact?
“Wel als ze voelen dat je echt geïnteresseerd in hen bent. En als ze merken dat het OK is als het even niet gaat. Dat ze mogen zijn wie ze zijn. Ik heb het ook oprecht leuk met ze. En wat daarbij ook belangrijk is: ik ben niet vergeten hoe het is om zestien te zijn. Ik weet zó goed hoe het is om te voelen ‘daar heb je weer zo’n docent die het mij even gaat vertellen’ of ‘ik heb mijn plek niet in de wereld’, want dat heb ik zelf lange tijd niet geweten. Het is als docent heel belangrijk om in verbinding te blijven met je eigen kind-zijn.”

Hoe doe je dat in de praktijk?
“Humor is super belangrijk in mijn lessen. Ik sta altijd open voor een grap. Humor verbindt. Tegelijkertijd wil ik wel kwaliteit zien. Er moet wel gewerkt worden. En als ik merk dat iemand mijn grens of die van een ander overschrijdt, dan ben ik heel duidelijk. Tot hier en niet verder. Om dat te kunnen doen, moet je in de eerste plaats jezelf goed kennen. Wie ben je, waar kom je vandaan en waar liggen je grenzen? Als je echt weet wie je bent, zit je in je basis en dan weet je in elke situatie wat je moet doen.”

Wie is er belangrijk geweest tijdens jouw eigen zoektocht naar jezelf?
“Toen ik jong was, wist ik eerst helemaal niet wat ik wilde. Na het vmbo ging ik naar het mbo, waar ik de opleiding Pedagogisch Werk volgde. Maar ik was een echte puber. Deed m’n best niet. Schreef verslagen over van andere leerlingen. Meldde me vaak ziek tijdens mijn stageperiode. Ik deed liever leuke dingen. Alle docenten waren het erover eens: Soraya zakt voor de opleiding. Op mijn stagebegeleider na. Zij zei: ‘Soraya, in de basis heb je het in je. Het enige dat je nodig hebt, is jezelf leren kennen. Ondanks dat mijn collega’s het er niet mee eens zijn, krijg je van mij een zes.' En dat vertrouwen gaf mij de motivatie om door te leren."

Hoe heb je jezelf uiteindelijk leren kennen?
“Toen ik begin twintig was, verloor ik mijn moeder. Ik kom uit een grote familie, ben in mijn jeugd enorm verwend. Het was echt een schok toen ze overleed. Ik dacht: ‘Jee, is dit nou de wereld?’ Ik kon twee dingen doen: of wegrennen voor het verlies of midden in de rouw gaan zitten. Als je dat aangaat, dan moet je wel. Dan kun je niet anders dan je eigen kracht vinden. Ondanks alle pijn, heeft die ervaring mij heel erg geholpen.”

Wat doet het met je als je zo nauw in contact staat met kwetsbare kinderen?
“Achter de stilte of het ‘lastige’ gedrag zit altijd iets van angst of onzekerheid. Sommige van onze leerlingen hebben al zo veel meegemaakt. Ik heb gewoon een enorme klik met deze doelgroep. Wel weet ik inmiddels: ik kan leerlingen niet redden, maar ik kan wel een stukje met ze meewandelen door het donkere bos. Zo zeg ik dat ook tegen ze.”

Hoe belangrijk is persoonlijk contact in deze turbulente tijden?
“Ontzettend belangrijk. Het is voor pubers echt een zware tijd. Hun sociale kring is zo beperkt geworden. Daarom is het heel belangrijk om stil te staan bij hoe het met ze gaat. Natuurlijk heb je een lesprogramma dat je moet afwerken, maar pak daarin ook rust. Als een leerling zich niet veilig voelt of niet goed in z’n vel zit, kan hij of zij minder goed leren. En als je samen een goede band hebt opgebouwd, werkt leren op afstand ook beter.”

Hoe ver gaan jullie in het begeleiden van leerlingen?
“In het praktijkonderwijs ga je zes jaar naar school, waarbij we vanaf dag één kennismaken met de beroepspraktijk en we de leerling stap voor stap begeleiden naar een passende baan. Na die zes jaar gaan de meeste leerlingen aan het werk. Tijdens hun baan of vervolgopleiding begeleiden wij hen nog twee jaar. Om de paar maanden hebben we telefonisch contact: hoe gaat het? Heb je nog iets nodig? Zo is er een oud-leerling die het op dit moment wat lastig heeft op het mbo; zij komt bij mij haar huiswerk maken. De band met onze leerlingen is gewoon ontzettend sterk.”

Naast docent en mentor ben je ook vertrouwenspersoon. Heb je vanuit die rol een tip?
“Zorg dat je zichtbaar bent in de school, zodat iedereen je weet te vinden. Vertel wie je bent en wat je doet, bijvoorbeeld tijdens ouderbijeenkomsten. Loop tijdens pauzes door de school. En onthoud: je hoeft niet alles op te lossen en te regelen voor leerlingen. Vaak is ‘er zijn’ genoeg. Als je een goede band opbouwt, komen leerlingen die meer hulp nodig hebben, vanzelf bij je terug.”

Als jij het voor het zeggen had: hoe zou je het onderwijs in Nederland dan inrichten?
“Kleinere klassen, minder druk op huiswerk en opdrachten, meer praktijkervaring en stages. Geef pubers ook de tijd om puber te zijn. Haal de druk er een beetje af. Met meer praktijkervaring en iets minder huiswerk kom je er ook: leerlingen slaan meer op als je de theorie koppelt aan de praktijk. Daarnaast geloof ik in een (nog) grotere rol voor de mentor. Ik denk dat veel leerlingen er baat bij hebben om hun mentor elke dag even te zien. Eigenlijk gun ik alle leerlingen in Nederland de voordelen van praktijkonderwijs: kleinschalig, persoonlijk en met onderwijs-op-maat leren in de praktijk.”

Deel dit bericht

« Terug naar overzicht

Ander nieuws

Dag van de Leraar

Kiesjenieuweschool.nl

Afscheidswens Erika Diender: van sjoelbak naar grenzeloos leren

Beekdal-leerlingen verdiepen zich in Holocaust

Quadraam maakt gebruik van Cookies

Geef per categorie de keuze voor het gebruik van cookies aan. Wij hebben de cookies van Google Analytics volledig geanonimiseerd en daarom mogen wij die plaatsen zonder toestemming.

In onze Privacyverklaring is hier meer over te lezen. Graag de beste website ervaring? Vink dan alle vakjes aan.

OK